Note 2 — Een dure slaapkameraad.
Reading edition
Pieter kwam alzoo op de werf van de Admiraliteit, en, daar hij bij baas Balkenende reeds aardige vorderingen in het timmeren gemaakt had, zoo kon men hem daar zeer goed gebruiken en verdiende hij een tamelijk daggeld. Van dit geld betaalde hij zijn kosthuis en voorzag hij zich van de noodige kleeding. Zoolang de zomer duurde, begaf hij zich alle Zaterdagavonden, nadat het werk afgeloopen was en hij zijn weekgeld had ontvangen, naar ’s-Gravenhage, waar oom Klaas nog altijd in zijns broeders huis logeerde. Dat was dan een recht feest voor hem, en vooral voor Martha, die altijd zorgde, iets lekkers voor hem gereed te maken. Meestal voer hij slechts tot Delft mede en wandelde den Delftschen weg op naar Den Haag. Zondagsavonds echter moest hij weder op weg; als het weer goed was, brachten hem oom Klaas, Jacob en Evert gewoonlijk tot Rijswijk, soms wel tot Delft en dan ging Pieter in de schuit of, als hij er lust in had, wandelde hij tot Rotterdam want onze knaap was heel zuinig en vond het te duur, om altijd te varen. Toen echter het najaar aankwam, moest Pieter in Rotterdam blijven en dan was het hem wel wat eenzaam en treurig. Spoedig evenwel gewende hij daaraan, en ging hij als het weder goed was, Zaterdagsavonds buiten de poort een kroes bier drinken in de eene of andere herberg, waar hij dan meestal kennissen aantrof. Des Zondags ging hij gewoonlijk tweemaal ter kerk en wandelde na de middagpreek nog eens langs de Maas, waar hij zich vermaakte met de schepen te zien liggen. Gewoonlijk bracht hij dan den avond in de herberg “de Trouwe Harder”2 door, waar hij echter zorg droeg, weinig te verteren.