← Table of contents
De Prins en Johan de Witt

Note 5 — De tienjarige Leidsche Student.

Reading edition

“Men toonde ons Uwe Hoogheid voor de vensters van ’t paleis. Toen was ’t eerst een leven: de trompet schalde nog luider en wij allen schreeuwden onze kelen heesch met “Leve de Prins!”—Maar daar kwamen op eens de dienaars van den Fiskaal, wien door de Staten van Holland, die dat leven in hunne vergadering niet schenen te kunnen velen en die wellicht voor meerdere opschudding vreesden, last was gezonden, om den hoop te verstrooien. Maar juist die maatregel had een verkeerde uitwerking; want het grauw, dat hierin een beleediging zag, ging naar ’t huis van den Fiskaal en wierp er de glazen in. Ook aan de logementen5 van Amsterdam en Rotterdam deed men hetzelfde. Men schold de afgevaardigden en vooral Mijnheer den Raadpensionaris De Witt voor schelmen en prinsenverraders. Ja, zoover ging men, dat een dronken Duitscher den Heer Jacob de Witt, den vader van den Raadpensionaris, aanviel en hem dreigde, “dat men hem wel zou leeren, om den Prins tegen te spreken.” Het was jammer, dat onze betooning van gehechtheid aan Uwe Hoogheid zulke gevolgen had.—Wij jongens hadden dat geenszins bedoeld.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings