Note 1) — Opmerkingen van de bewerker
H. S. S. Kuyper translation
Onze taal werd dan ook door Romaansche woorden letterlijk overstroomd. Kerkelijk sprak men van dogmatiek, van diaconie, van ministerie der predikanten, van organist, enz. In wetenschappelijke kringen gebruikt men woorden als universiteit, seminarie, faculteit, examen, college, dispuut, promotie, rector, candidaat, pedel. Voorts sprak men van chirurgie, medicijn, apotheek, ambulance. In regeeringskringen van finantiën, minister, secretaris, referendaris, departement, marine, justitie, petitie, notaris, loterij; van politie, van kanton, arrondissement, provincie. En ook in 't burgerlijke leven wemelt het van woorden als taille, korset, mantel, parapluie, parasol, ceintuur, voile, gordijn, fauteuil, chaise-longue, canapé, kabinet, porte-brisée, piano, secretaire, bibliotheek, vigelante, buffet, en voorts van fruit, van dessert, menu, cotelet, van boeuf en rollade. En zoo zou ik kunnen voortgaan, bijna eindeloos, met immer meer vreemde Romaansche woorden, zonder dat het mogelijk zou zijn, hier ook maar een dozijn Duitsche, bij ons ingeburgerde woorden tegenover te stellen.