Note 3 — Zestiende Hoofdstuk.
Reading edition
“De kinderen der Heilige Kerk,” antwoordde de biechtvader, zijn armen deemoedig over de borst kruisende, “zijn niet gewoon, zich met de schatten dezer wereld te beladen, gedachtig aan het voorschrift: “nolite possidere aurum neque argentum neque pecuniam in zonis vestris.”3