← Table of contents
De Pleegzoon

Note 1 — Vijftiende Hoofdstuk.

Reading edition

Kort na de ontvangst van dezen brief, die den goeden Baron in allerlei verlegenheden stortte, kwam er een onzer oude bekenden op ’t onverwachts op Sonheuvel aan. Deze was niemand anders dan de strooper en kippendief Teun Wezer; sed quantum mutatus ab illo1. Het voorheen nederhangend haar was sierlijk opgekruld en met een vederhoed bedekt: de boerenpij was tegen een fraai groen lakensch buis verwisseld, vol koorden en lussen: hij droeg een degen op zijde, had halve laarsjes aan, en reed op een fraai paard, dat kostelijk was opgetoomd. Alleen het fonkelend oog van Klaartje, Boukes nicht, herkende haar voormaligen vrijer: en het nieuwe gewaad, waarin zij hem weder zag, strekte niet weinig om haar achting voor zijn persoon te vermeerderen: ja zij werd grootsch op haar eigen doorzicht: want reeds lang geleden, toen iedereen zeide, dat Teun Wezer voor de galg opgroeide, had zij alleen staande gehouden, dat men hem onrecht aandeed en dat hij in tegendeel zeer wel zou voortkomen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings