Note 1 — Vijf-en-twintigste Hoofdstuk.
Reading edition
“De Vicaris!” riep hij uit, terwijl een glans van vergenoegen zich op zijn gelaat verspreidde: “voorwaar de man kan nooit op gelegener tijdstip komen! ik had juist een welbespraakte noodig: geleerde tegen geleerde dat’s kamp.—Maar de duivel!” vervolgde hij, zich achter ’t oor krabbende: “zoo hij eens te nauwgezet ware, en dacht: non tali auxilio, non talibus defensoribus.... of hoe zeide mijn hoogloffelijke leermeester te Salamanca ook?”....1