Note 1 — Veertiende Hoofdstuk.
Reading edition
“Jawel zal het droefenis geven,” antwoordde Raesfelt, zonder van houding te veranderen: “droefenis bij allen, die voor de waarheid streden. Ik had het al gevreesd: sinds onze brave Prins (God zegene Zijn Hoogheid) aan die listige hofslang, dien Uittenbogaert, zijn vertrouwen ontzeide, heeft al wat der goede zaak vijandig is, zich tot Sint-Jan1 gewend, en van dien tijd af is hun invloed al hooger en hooger gestegen: vooral nadat hun vice-patroon, Huig de Groot, Sint-Jans handlanger, zich aan het hoofd der Rotterdamsche inquisitie gesteld heeft.”