Note 2 — Negen-en-twintigste Hoofdstuk.
Reading edition
“Afvallige!” brulde de Predikant, aan wien een der bijstanders Hendriks naam had in het oor geblazen: “scelerate! nonne Raesfeldii filius?2 Gelooft hem niet, broeders! hij is de zoon van den boozen Raesfeldii, en als hij een verdrukker der gemeente, die welbehagen heeft in onzen dood.”