Note 5 — Veertigste Hoofdstuk
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
„Mijnheer” zeide Alison Breek, die na de overledene de oudste was, „moest ons iets zenden, om ons hart op te beuren bij het bewaken van het lijk; want al de jenever van den armen Saunders werd bij de begrafenis van Steven opgedronken, en wij zullen er niet veel aan hebben, om met droge lippen bij het lijk te zitten. Elspeth was zeer knap in hare jonge dagen, zoo als ik mij herinner; maar er liep altijd een praatje, dat zij niet gelukkig was. Van de dooden moet men geen kwaad spreken, – en veel minder nog van zijne kameraden en buren; – maar er werden vreemde dingen verteld van eene dame en haar kind, eer zij Craigburnfoot verliet. En dus, wezenlijk, het zal een bedroefde lijkbewaking5 zijn, als mijnheer ons niets zendt, om ons aan de praat te houden.”