Note 3 — Tweeëntwintigste Hoofdstuk
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
„En dat zal veel helpen, nadat hij den jongen van schrik het land heeft doen ruimen! – Ik zeg u, Mary, Hector’s verstand, en veel minder nog dat van eenig vrouwelijk wezen, is in staat om de grootte van het verlies te beseffen, dat hij het tegenwoordige geslacht en de geheele nakomelingschap heeft toegebracht; – aureum quidem opus, – een dichtstuk over zulk een onderwerp! – met ophelderende noten betreffende alles wat klaar en alles wat duister, en alles wat noch duister noch klaar is, maar in de donkere schemering der Caledonische oudheden zweeft! Ik zou de Celtische lofredenaars voorzichtigheid geleerd hebben! – Fingal, zoo als zij stijfhoofdig Fin-Mac-Coul noemen, zou voor mijne navorschingen verdwenen zijn, en zich, als de geest van Loda3, in zijne wolk gehuld hebben. Zulk eene gelegenheid biedt zich zelden ten tweeden male aan een ouden man aan, – en die te verliezen door de dollemans drift van een heethoofdigen jongen! – maar ik onderwerp mij; – ’s Hemels wil geschiede!”