← Table of contents
De oudheidkenner

Note 1 — Negende Hoofdstuk

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

„Had ik eene autoriteit noodig, om de overlevering omtrent het oude huis Monkbarns te staven, ik zou u niemand minder dan den heiligen Augustinus noemen kunnen, die ons de geschiedenis verhaalt van een afgestorvene, die aan zijn zoon verscheen, dien men wegens eene reeds betaalde schuld vervolgde, en hem de plaats aanwees, waar de kwitantie te vinden was1. Maar ik kleef veeleer het gevoelen aan van Lord Bacon, die zegt, dat de verbeeldingskracht in een zeer nauw verband staat met het geloof aan wonderwerken. Van oudsher bestond er een ongerijmd verhaal, dat in die kamer de geest spookte van mijn voorvader Oldobrand Oldenbuck; – hij was een vreemdeling, en droeg zijne volkskleeding, waarvan men bij overlevering eene nauwkeurige beschrijving heeft; en er bestaat inderdaad een portret van hem, – naar men veronderstelt door Reginald Elstracke, – en waarop hij voorgesteld wordt op de drukkerij, met eigen hand aan de pers werkende, bij het afdrukken van zijne zeldzaam gewordene uitgave der Augsburgsche Geloofsbelijdenis. Hij was een even goed schei- als werktuigkundige, en eene van deze twee hoedanigheden was te dien tijd in dit land genoeg, om er ten minste een tooversprookje van te maken. De bijgeloovige oude schrijver Robert had dit alles gehoord, en geloofde het zeer waarschijnlijk, en in den slaap brachten hem de plaats en de herinnering aan mijn voorvader op dat van zijn kabinet terug, dat met de dankbare oplettendheid, die de oudheden en de nagedachtenis onzer voorouders veelal ten deel valt, in het duivenhok geduwd was, om het uit den weg te hebben. – Voeg er nu eene genoegzame hoeveelheid overdrijving bij, dan hebt gij den sleutel tot het geheim.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings