← Table of contents
De nijlbruid

Note 1 — ZEVENDE HOOFDSTUK.

Hendrik Cornelis Rogge translation

De vrijgelatene deelde nu mede, dat de Nabateër een man was op wien men staat kon maken, veel geschikter om op zulke onderzoekingstochten uit te gaan dan hijzelf, want deze verstond behalve zijne eigene taal ook Egyptisch, Grieksch en Arameesch; desniettemin was het ook hem niet mogelijk geweest te Tor, waar monniken uit het klooster op den Sinaï zich hadden neergezet, iets naders omtrent den kluizenaar Paulus te vernemen. Later had hij echter op den zeetocht naar Kolzoum van monniken vernomen, dat er nog een tweede Sinaï was. Het klooster dáar—en nu zette Perpetua het verhaal voort, dat den stotteraar het zweet op het voorhoofd deed parelen—dat klooster in de oase aan den voet van den spitsen, hemelhoogen berg was wegens de ketterij der monniken gesloten geworden, doch in de kloven van dat berggevaarte huisden nog altijd vele kluizenaars in een klein coenobium1, in lauren2 en in enkele rotsholen, en Paulus kon wellicht tot dezen behooren. Men was wel op den goeden weg en zij en Hiram waren reeds besloten in deze richting verder te onderzoeken, maar de voormalige krijgsman was toch waarschijnlijk een vreemde, en zij beiden huiverden bij de gedachte haar bloot te stellen aan zulk eene smartelijke ontgoocheling.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings