Note 1 — VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Ver, zeer ver in den omtrek werd de vuurgloed waargenomen, en ook hij, wiens rijk erfdeel door de vlammen verteerd werd, ontwaarde tusschen middernacht en den morgen aan den verren westelijken horizont eene roodachtige schemering, waarvan hij zich den oorsprong niet verklaren kon. Een halfuur had hij in die richting voortgereden, toen zijn reisgezelschap bij het voorlaatste der aan den keizersweg tusschen Kolzoum1 en Babylon2 gelegen wachthuizen halt maakte. Eene aanzienlijke schaar van gewapenden steeg tegelijk met hem van de paarden; Orion had hen echter niet tot zijne bescherming ingeroepen, hij was integendeel door hen aangehouden geworden en werd nu als hun gevangene naar Fostat gevoerd. De wagen, waarvan hij zich tot heden bediende, had hij moeten verlaten en in de plaats daarvan een dromedaris bestijgen. Twee tot aan de tanden gewapende ruiters waren hem steeds ter zijde gebleven. Zijne medereizigers had men ongehinderd in hun voertuig laten zitten.