← Table of contents
De nijlbruid

Note 2 — VIJF-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Deze laatste woorden waren de teederste, die de arts ooit uit den mond van den grijsaard vernomen had, en het deed hem goed toen deze hem een oogenblik omarmde en aan zijn hart drukte. Aan zijn woord: dat het aan Paula stond om plaats te maken, dacht Philippus niet verder; doch de oude man scheen het toch zeer ernstig gemeend te hebben, want zoodra hij alleen was, wierp hij het ivoren staafje weder heftig op tafel en prevelde met fonkelende oogen, eerst in toorn en dan spottend: »Om dit trouwe hart, dezen besten aller arbeiders voor mij en de wereld te behouden, zou ik een dozijn van die volbloed deernen naar de Amenthe2 willen sturen. Ei, ei, gij schoonste der schoonen, de brave arts is voor ons te slecht, en men smijt hem weg als de pit van een dadel, dien men opgegeten heeft? Een ieder naar zijn smaak! Maar hoe zou het zijn, als de oude Horus u eens dwong hem te leeren hoogschatten? Geduld, geduld! Met het doel voor oogen is het mij nog altijd gelukt den weg te vinden; op het veld der wetenschap, meen ik natuurlijk. Doch het leven, wat is het leven van den wijze anders dan toegepaste wetenschap? Waarom zou de oude Horus niet nog eens vóor zijn einde beproeven, wat zijn geest vermag uit te richten op de markt van het leven der werkelijkheid? Hoe goed of het u ook bij uw liefje in Memphis bevalt, gij breekster der harten, gij zult toch plaats moeten ruimen voor den armen weggegooiden speelbal! Ja, dat zult ge! Reken er op, mijne lieveling, dat zult ge!—Heidaar Anubis!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings