← Table of contents
De nijlbruid

Note 1 — VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Hierop barstte zij uit in snikken en tranen; de opvoedster stond reeds op, om aan dat gebabbel, waarvan zij geen woord verstond en dat haar daarom hinderde en verontrustte, een eind te maken, toen het kwikstaartje zich voor het kind op de knieën wierp, het met beide armen omvatte en evenzeer onder een vloed van tranen uitriep: »Maria, lieve Marietje,1 vergeef mij. O als gij wist wat ik al heb uitgestaan voor ik hier kwam. Vergeef mij, Maria, wees weder goed op mij, Marietje! Zeker, zeker, gij zijt veel beter dan ik. Goede Heiland, waartoe ben ik gisteren avond gekomen, en dat door hem, door hem dien ieder mensch liefhebben moet, door Orion alleen! Geloof mij, ik weet nog niet eens waarom hij mij tot deze zonde verleid heeft. Maar ik moet beproeven niet meer goed op hem te zijn, hem geheel te vergeten, hoewel, hoewel... Denk eens, dat hij mij zijn bruidje heeft genoemd; maar nu hij mij zoo bedrogen heeft, mag ik het nu nog wagen zijne vrouw te worden? Het heeft mij den geheelen nacht geen rust gelaten. Ik heb hem lief, gij weet niet hoe innig, maar ik kan toch zijne vrouw niet worden; ik ga liever in een klooster, of werp mij in den Nijl, en dat alles wil ik nog heden aan mijne moeder zeggen.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings