← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 3 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling.

Reading edition

Natuurliker wyze treft men de zuid-nederlandsche namen meest in de zuidelike gewesten, de noord-nederlandsche meest in het Noorden aan. En dit is niet slechts in het algemeen het geval, maar het komt zelfs ook zeer in het byzonder voor, veel meer dan men zoude meenen te moeten afleiden uit de, toch niet zóó zeldzame wisseling van bevolking tusschen het Noorden en het Zuiden. Oorbeeldige geslachtsnamen, duidelik de kenmerken van hunnen oorsprong in het Noorden of in het Zuiden vertoonende, treft men, over en weêr, buiten de gouen waar zy oorspronkelik inheemsch zijn, slechts zelden aan. De oorbeeldige vlaamsche geslachtsnamen op ynck, inckx, enz. eindigende (zie bl. 42 en 46) komen slechts uiterst weinig voor in de noordelike gewesten. Van de byzonder-friesche, op a eindigende geslachtsnamen die in de friesche gouen zoo algemeen, en in de andere, vooral hollandsche gewesten van het Noorden ook geenszins zeldzaam zijn, vond ik slechts Bockma en Dykstra te Brussel, slechts Sinia te Gent. De oorzaak van dit verschijnsel is hierin te zoeken, dat de wisseling van bevolking tusschen Noord- en Zuid-Nederland sedert de laatste helft der vorige eeu en sedert het begin dezer eeu heeft stilgestaan, of althans, vooral sedert de tweede scheiding tusschen Noord en Zuid, sedert den jare 1830, van zeer geringe beteekenis is geweest. Eerst in den allerjongsten tijd is er weêr verandering—verbetering—in deze zake te bespeuren. En het is vooral sedert de laatste honderd jaren dat de vaste geslachtsnamen, althans in het Noorden, ontstaan zijn. In de omstandigheid dat de Zuiderlingen eenige eeuen vroeger vaste geslachtsnamen voerden dan de Noorderlingen, is ook de oorzaak te vinden van het feit dat er altijd meer namen van zuideliken oorsprong te vinden zijn in de noordelike gewesten, als omgekeerd. De zestiende eeu hooftsakelik deed, wegens redenen van godsdienstigen en staatkundigen aard, vele Vlamingen en Brabanders zich in de noordelike gewesten, vooral in Holland en Zeeland vestigen. Ook omgekeerd bracht toen de zelfde oorzaak vele Noorderlingen met der woon naar het Zuiden. Die Vlamingen en Brabanders hadden nagenoeg allen toen reeds vaste geslachtsnamen. En zy behielden die ook, ten deele zelfs in hunne oude, weldra verouderde spelling, in hunne nieue woonsteden. Maar die Noorderlingen voerden voor het grootste gedeelte in die jaren nog geene vaste geslachtsnamen. En toen zy, of hunne nakomelingen, zich vaste geslachtsnamen uitkozen, waren dit meestal, op het voorbeeld der Vlamingen en Brabanders, onder wien zy zich gevestigd hadden, ook vlaamsche of brabantsche namen, althans in vlaamsche en brabantsche formen en spelwyzen, en daar mede ging het bewijs van hunnen noordeliken oorsprong verloren. Of ook wel, zoo deze Noord-Nederlanders by hunne verhuizing naar het Zuiden reeds geslachtsnamen voerden, dan lieten zy, in hunne nieue woonplaatsen, die namen, welke toch in den regel meer als toenamen, dan wel als vaste geslachtsnamen golden, wel vervallen, en namen nieue aan. Waren die oude namen friesche namen, dan was de onverstaanbaarheid daarvan voor Vlamingen en Brabanders misschien wel de reden, waarom men ze buiten gebruik stelde. Zoo lieten de leden van een friesch geslacht dat de patronymikale toenamen Joenkema en Jariga voerde, en die in het begin der 16de eeu te Mechelen zich met der woon vestigden, dáár in Brabant die aloude namen varen, en namen (althans een van hen, de beroemde kruidkundige Rembert) het verlatynschte patronymikon Dodonaeus (dat is Doedes) aan.3 Omgekeerd gebeurde het ook wel dat de nakomelingen van Zuid-Nederlanders die in de 16de eeu in Holland zich hadden neêrgezet, de oud-vlaamsche en oud-brabantsche spelwyzen, die zy by ’t schryven hunner namen, op het voetspoor hunner ouders hadden gevolgd, lieten varen, en eene nieuere, hollandsche spelling daar voor aannamen. Zoo komt b. v. de oud-brabantsche geslachtsnaam Van den Eertwegh heden ten dage te Haarlem voor als Van den Aardweg; de oud-vlaamsche naam Tydgaet eveneens te Haarlem als Tijdgaat. Verder De Rynck en Van der Ghote, ook van vlaamschen oorsprong, in Friesland als De Ring en Van der Goot, enz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings