Note 2 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling.
Reading edition
Zeer eigenaardige zuid-nederlandsche namen zijn ook Mispelters, Notelteirs, D’Haseleire, enz. En eveneens D’Haeiere en Coorevitse. Ter verklaring van den voorlaatsten geslachtsnaam wete men dat in vele vlaamsche, brabantsche en limburgsche gouspraken een werkwoord haaien (haeyen) voorkomt, in de beteekenis van halen, ophalen, iets te zamen brengen door het een of ander op te halen, huis aan huis, gelijk jonge lieden wel doen, die tegen Kerstmis, met St. Pieter en St. Maarten, met Driekoningen-dag, enz. al zingende goede gaven by de huizen inzamelen. Ook noemt men den bode van het gerecht die de zettingen int, inhaalt, ophaalt, inhaait, hier en daar in de zuidelike gewesten de haaier, in oude spelwyze d’haeyere.2 Dit is de oorsprong en de beteekenis van den naam D’Haeiere.