Note 19 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling.
Reading edition
Andere vreemde namen echter, die ongelijk veel zeldzamer onder ons voorkomen als duitsche en fransche, wil ik hier afsonderlik vermelden. In de eerste plaats de engelschen. Engelsche geslachtsnamen zijn werkelik slechts in kleinen getale in de Nederlanden vertegenwoordigd. Dit stemt overeen met het feit dat ook slechts weinig Engelschen, in verloop van tijd, zich in de Nederlanden blyvend hebben gevestigd. Wat ook zoude hen daar toe bewegen? De Nederlanden kunnen den Engelschman weinig of niets bieden, wat hy in zijn eigen land niet even zoo goed heeft, zoo niet beter en ruimer. Zie hier eenige engelsche geslachtsnamen, die sedert langeren of korteren tijd in de Nederlanden inheemsch zijn geworden: Aitton, Campbell, Clifford,19 enz. Nevens de engelsche komen ook byzonder-schotsche en iersche geslachtsnamen onder ons voor, welke, voor zoo verre deze namen ontleend zijn aan de keltische talen van Schotland en Ierland (en Wales), in hun voorkomen en form duidelik van de eigenlik-engelsche namen onderscheiden zijn. Ik ben niet zeker of onder de hier opgenoemde engelsche geslachtsnamen ook niet reeds een paar schotsche zijn; b. v. Campbell?—De omstandigheid dat het meerendeel der Schotten zoo wel als der (Noord-)Nederlanders de zelfde streng Calvinistische godsdienstleer belijdt, heeft eenige toenadering tusschen beide volken te weeg gebracht, en is oorzaak geweest dat zich eenige schotsche geslachten in vorige eeuen in de Nederlanden hebben nedergezet. Dezen formden zelfs in de groote steden (Amsterdam en Rotterdam) eigene kerkelike gemeenten. Hunne nakomelingen onder ons zijn nog kenbaar aan hunne eigenaardige geslachtsnamen, als: Abercrombie, Douglas (ook verhollandscht tot Doeglas), Mac-Donald of Macdonald.20 Sommigen dezer mac-namen (eigenlik patronymika) schrijft men met den volgenden naam (den hooftnaam of vaderliken naam), in één woord vereenigd: Macdaniel, Macleod. Anderen afsonderlik: Mac-Intosh of Mac Gillavry. Zy komen ook wel afwisselend in beide formen voor. De aloude naam Mackay is in de Nederlanden zeer verspreid, en schijnt aan verschillende onderling niet verwante geslachten eigen te zijn. Hy komt althans in verschillende formen voor; als Mackay, Mackaay, Mackaey, M’Kay. Of Macalester, Maclaine en Macaré ook tot deze schotsche mac-namen behooren, dan wel of zy van anderen oorsprong zijn, kan ik niet uitmaken. Bryce, Fyan, Bryan, Kennedy, Dunlop, Doncan, Dumbar, Skene, allen ook in Nederland voorkomende, zijn meen ik ook keltisch-schotsche namen;—’t en zy misschien keltisch-iersche? Ik ken ze niet uit elkanderen. Ook Dermout schijnt my toe tot deze schotsche namen te behooren. In Schotland althans is de geslachtsnaam (eigenlik clannaam, ’t welk niet naukeurig het zelfde is in beteekenis als ons woord geslachtsnaam) Mac Dermot inheemsch. Anders en kan ik Dermout niet verklaren.