← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 17 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling.

Reading edition

Geslachtsnamen aan andere vreemde talen als de hebreeusche ontleend (te weten aan de spaansche en portugeesche talen), komen onder de Israëliten in Nederland zeer veelvuldig voor. Immers in het laatst der zestiende en in het begin der zeventiende eeu werden de Joden in Spanje en Portugal hevig, ja tot den dood toe vervolgd om de wille van hun geloof, dat zy niet met het Christelike verwisselen wilden. Daardoor gedwongen die landen te verlaten, weken zy in grooten getale uit, en vestigden zich grootendeels in Holland, voornamelik te Amsterdam, waar de eerste portugeesche Joden in 1593 aankwamen. De spaansche en portugeesche Joden voerden toen reeds grootendeels, zoo niet allen, vaste geslachtsnamen, en zy hebben die aloude namen, waar onder er velen zijn die tot de eervolste namen moeten gerekend worden, om de wille der edele, deugdryke, geleerde en bekwame mannen, die ze gedragen hebben, tot den dag van heden behouden. Zie hier eenigen daarvan: Lopez de Suasso, Orobio de Castro, De Leāo Laguna,17 enz.—Eene halve eeu later als deze intocht der spaansche en portugeesche Joden in ons land plaats greep, kwamen vooral ten jare 1656 eveneens duizenden van Israëliten uit de oostersche landen van Europa, uit Polen, Galicie, enz. zich in Nederland met der woon vestigen. Ook dezen waren, althans gedeeltelik, wegens geloofsvervolging en onderdrukking uit die oost-europesche landen gevlucht. Ten deele ook kwamen zy naar de ryke Nederlanden, waar toen handel en verkeer en vryheid bloeiden als nergens ter wereld, om hun fortuin te zoeken, en in den regel te vinden. Die toevloed van oost-europesche Israëliten (ook van hoogduitsche Joden welke eveneens grootendeels van oost-europeschen oorsprong zijn) duurt nog steeds voort, ook in onze dagen. De groote hoeveelheid hoogduitsche geslachtsnamen, of namen die door hunne formen hunnen hoogduitschen oorsprong verraden, onder de Israëliten voorkomende, zijn door die inwykelingen in ons land gebracht. Want ook de poolsche, galicische en andere oost-europesche Joden dragen meestal hoogduitsche geslachtsnamen, gelijk zy onderling ook veelal de hoogduitsche taal, in min of meer verbasterden form gebruiken. Geslachtsnamen als Polak (onder de Israëliten vry algemeen; zie bl. 197), Konijn (zie bl. 209), Bosnak (zie bl. 197), Krakau, Belgrado, Meseritz, geven mede getuigenis van hunnen oorsprong uit de slavische landen van oostelik Europa.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings