Note 16 — IV. Geslachtsnamen volgens hunne aardrijkskundige verdeeling.
Reading edition
Oppervlakkig zoude men denken dat de Israëliten geslachtsnamen zouden dragen, aan de hebreeusche taal ontleend. Dit is echter slechts by uitzondering het geval. Hoe vele eeuen zijn er ook niet reeds verloopen, sedert de hebreeusche taal de eigenlike volksspreektaal der Joden was! Wel wordt het Hebreeusch nog steeds door hen gelezen, geschreven en beoefend, wel is het nog steeds de taal hunner openbare en byzondere godsdienstoefeningen, maar als dageliksche spreektaal is het, althans by de nederlandsche Joden, geheel buiten gebruik gekomen, al is het dat er evenwel vele hebreeusche woorden nog voorkomen in de basterdtaal die zy wel onderling gebruiken. En omdat de geslachtsnamen toch onmiddellik uit de volksspreektaal ontstaan, en slechts zelden uit de boeketaal, althans niet als deze eene verouderde is, zoo vinden wy hierin de opheldering van het zeldzaam voorkomen van hebreeusche geslachtsnamen onder de Israëliten. Een der meest voorkomende is Cohen, een naam, die aan zeer vele onderling niet verwante geslachten eigen is, en die als het oorbeeld van eenen joodschen geslachtsnaam gelden kan. Deze naam, priester beteekenende, en hooftsakelik, zoo niet uitsluitend, aan leden uit den stam van Levi, uit het geslacht van Aäron eigen, komt ook nog in andere formen voor. Te weten als Cahen, Cohenno en Acohen.—Cohn en Cahn zijn hoogduitsche formen en Cohensius is een verlatynschte, allen in Nederland voorkomende. Ook Elkan is de zelfde naam, maar met het lidwoord daar voor (even als de geslachtsnaam De Priester onder de germaansche Nederlanders), en ’t eenvoudige Kan met het hoogduitsch-formige Kann is, als israëlitische geslachtsnaam, ook eene verbastering van den naam Cahn, Cahen, Cohen. Nevens Elkan is my ook nog de (onzinnige) geslachtsnaam Van Elkan voorgekomen. Cohnstamm, ook van hoogduitschen oorsprong, en Caun moeten mede tot de Cohen-namen worden gerekend, en, naar ik meen, de geslachtsnaam Consenheim eveneens. Messias, Jeschurun, Jesurun en Jessurun (alle drie formen zijn my voorgekomen), Rabbi, Susan met Susanna, Suzanne, Suzan en Soesan zijn mede hebreeusche geslachtsnamen van nederlandsche Israëliten. Jesurun is een verkleinform van het woord Israël, en komt in de bybelboeken voor; b. v. Deuteronium XXXII, vs. 15, en elders.16 Susanna komt in de bybelboeken als vrouenaam voor (Evangelie van St. Lukas VIII, vs. 3), en is als zoodanig ook onder ons in gebruik. Over de beteekenis van dezen naam zie men het tijdschrift De Navorscher, XXXIII, 283.—Vele bybelsche mansvóórnamen, by de nederlandsche Joden als geslachtsnamen in gebruik, b.v. Emmanuel, Boas, Eleazar enz. (zie bl. 179), zijn ook uit de hebreeusche taal afkomstig en kan men dus eveneens tot deze groep rekenen.