Note 39 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 3)
Reading edition
Keetell, Ketel, Goteling en Gutteling, Schotel, Leepel, Mes en Hakmes, Emmer, Tobbe, Kuip en De Cuype, Ton, Ledder (de friesche form van het woord ladder), Beezem, Bezem en Besem, Korf, Fles, Stoop en De Stoop, Beker en De Kroes (deze naam kan ook by Kroese, enz. op bl. 343 worden gevoegd), Stoel, Hooghstoel, Stoof, Stoove (oud-nederlandsche, nog in West-Vlaanderen in volle gebruik zijnde naam voor »kachel”), Keers en Kaars, De Kandelaer en De Kandeleer (in de 16de eeu was er te Delft eene brouery die »In de Kandelaer” heette, even als in de 15de eeu te Leuven—Uithangteekens, dl. I, bl. 48 en dl. II, bl. 210), Slot, Sleutel en De Grendele, Klok en De Klok, Bril en Brill. De boere-gereedschappen worden vertegenwoordigd door de geslachtsnamen De Carne en Ploeg. Verder komen nog voor Cruywagen, Korswagen (is dit eene verbastering van het oude woord kordewagen = kruiwagen, nog heden in Friesland, by letterkeer, kroodwagen, krode genoemd?), Stelwagen, aan verschillende geslachten eigen, en het versletene Stelwag (wat beteekent dit woord eigenlik? De wagenmaker heet in Groningerland »stelmaker”—zie bl. 308), Goedewaagen, enz. Vermoedelik is deze laatste naam oorspronkelik wel Goudewagen, gouden wagen, ’t welk de West-Vlamingen als goede wagen ongeveer uitspreken. De naam is wel te Gouda inheemsch, maar kan zeer wel uit Vlaanderen afkomstig zijn. »De Gouden wagen” was oudtijds als uithangteeken of gevelsteen veel in gebruik, vooral aan boere-herbergen en afspanningen; te Leeuwarden zijn er nog heden twee herbergen, die zoo heeten.