Note 92 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 3)
Reading edition
Raad eens, lezer! wat beteekent de geslachtsnaam Roosenik? Iemand uwer zal misschien gissen dat de i uit e bedorven is, dat het eigenlik Roosenek of Roseneck zal moeten wezen, en zynen atlas opslaan om by eene bocht van den Rijn of eene andere rivier van Duitschland te zoeken naar eene plaats die zoo heet. Een ander zal, op den uitgang lettende, vermoeden dat het een poolsche of hongaarsche naam is. Alles mis. Ik zal het u vertellen. In 1811 was er onder de velen die nog geenen geslachtsnaam hadden en er daarom eenen moesten kiezen, iemand die deze gelegenheid wilde waarnemen, om den naam van zyne lieve vrou te vereenigen. Zy heette Roosje. Maar daar hy begreep dat in den geslachtsnaam, dien zy beide van nu af aan dragen zouden, beide ook moesten vermeld worden, noemde hy zich Roos en ik. Zoo is de naam Roosenik ontstaan. ’t Was eene onschuldige aardigheid, waar wy vrede meê zouden hebben, ware ’t niet dat men met zulke aardigheden van anderen wel eens wat nutteloos hoofdbreken vergt.92