Note 89 — III. Geslachtsnamen van allerlei oorsprong. (continued 3)
Reading edition
De geslachtsnaam Nederhoed is misschien oorspronkelik de bynaam geweest van een zeer beleefd man, even als Trouborst (borst heeft hier immers de oud-nederlandsche beteekenis van eenen flinken, jongen man?) die van eenen trouen, eerliken kerel, en Waterdrinker die van iemand welke zeer matig leefde, althans in zynen drank zich tot water bepaalde. Woordhouder, Geldmaker en Geldtelder, Liefhebber (van wat?), Sorgdrager, Zonderland, met Landeloos als tegenhanger, en Broodwinner zijn ook duidelik genoeg wat hunne beteekenis aangaat. Ook deze namen houde ik voor oude bynamen. Als tegenhanger van den geslachtsnaam Broodwinner, in Friesland inheemsch, komt in de vlaamsche gewesten de geslachtsnaam Winnebroot voor, die natuurlik de zelfde beteekenis heeft, en die, by misspelling en onverstand, in Fransch-Vlaanderen als Winibroot geschreven wordt. Juist zoo geformd als deze naam Winnebroot is ook de geslachtsnaam Winnepenninck, die in beteekenis eveneens duidelik is. Ook als vadersnaam komt deze naam in de zuidelike Nederlanden voor; te weten als Winnepenninckx en zelfs als Winnenpenninckx. De maagschapsnaam Rookmaaker is misschien oorspronkelik wel de bynaam geweest van iemand die aan het tabaksrooken verslaafd was—even als Platteborze en Plateborse (beide formen komen voor) die van iemand welke aan het euvel leed van gewoonlik eene platte, geldelooze beurs te hebben. Voordewind was oorspronkelik wel een bynaam van iemand wien het voor den wind ging in het leven; anders gezeid: die voorspoedig was. En Te Peerdt van iemand die veel te peerd reed of anderszins een ruiter was, in tegenoverstelling van eenen anderen, misschien gelijknamigen man, die niet te peerd kon ryden, maar die te voet moest gaan, en daarom den bynaam van Te Voet kreeg. Te Voet immers, zoo wel als Te Peerdt, komt nog heden als geslachtsnaam voor. Hondendorst (met het geheel onverstaanbare Honderdors, een verbasterde form?) en Zonderkop, ook Breesnee (breede snede? broods?), Cleenwerk, Blaauwendraat, Fijn-van-Draad, Potjewijd, Wijnoogst en Wijnstroom, Helleganger en Allemekinders zijn geslachtsnamen, die, al zijn ze niet onverstaanbaar, toch door my niet, wat hunnen oorsprong betreft, kunnen verklaard worden. De maagschapsnamen Goedkoop en Duurkoop zullen oorspronkelik wel als bynamen eigen geweest zijn aan kooplieden, die hunne waren, de eene om weinig, de andere om veel geld verkochten. Wonderlike geslachtsnamen zijn ook Bierhaalder en Windwaayer, en niet minder zonderling zijn Hameetman en Hameeteman (ham eet de man?), die in het overmaassche Holland inheemsch en daar geenszins zeldzaam zijn. In die zelfde streken, o. a. te Dordrecht, komt ook de geslachtsnaam Hameter voor, en tevens (als tegenhanger?) Spekmyder (iemand die spek mijdt, die geen spek eet). In der daad dwaze namen! Dwaas zyn ook de maagschapsnamen Stoutintwoud, Vroegindewey en Schietekatte. Deze twee eerste namen zullen oorspronkelik wel schertsender wyze gegevene bynamen geweest zijn voor eenen dapperen jager en voor eenen veeboer, die gewoon was reeds vroeg in den ochtend zyne bezigheden in de weide te verrichten. De naam Schietekatte (schiet de kat) is in Zeeland en Vlaanderen inheemsch, en komt daar in verschillende formen voor, die aan verschillende geslachten eigen zijn. Te weten: als Schiettekatte, Schiettecatte, Schietecatte, Schietekat, Schiekatte. Deze naam is al zeer oud. Reeds ten jare 1342 droeg een burger van de vlaamsche stad Oudenaarde, Lodewyc Scitcatte, dezen naam.89