← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 10 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

§ 71. De oude Nederlanders, vooral in de 16de en 17de eeu, waren liefhebbers om hunne namen te verlatynschen. By de behandeling der geslachtsnamen van mansvóórnamen geformd, heb ik daar reeds op gewezen (zie §§ 22 en 55–58); ik zal er verder in dit werk, in § 167, ook nog nader op te rug komen. Ook met hunne geslachtsnamen, van plaatsnamen ontleend, handelden onze voorouders zoo. Zy vertaalden die namen rechtstreeks in het Latyn; of als dit niet wel ging, dan hingen zy er maar eenen latynschen steert aan. Jacob Harmenszoon van Oudewater (hy was van het zuidhollandsche stadje Oudewater geboortig) b. v. vertaalde zynen naam in Jacobus Arminius Veteraquinas. Maar zekere Hendrik, in het drentsche dorp Beilen geboren, en die in 1602 predikant was te Bloksyl, wist zich niet anders te helpen dan dat hy eenen latynschen uitgang achter den naam van zyne geboorteplaats hing. Hij noemde zich Henricus Beylanus—zoo doende had zijn naam toch eenen latynschen, naar de meening dier dagen eenen geleerden klank. En dien naam dragen zyne nakomelingen nog heden als geslachtsnaam. Verder in dit werk zal nader op dit onderwerp terug gekomen worden. Hier zy slechts vermeld dat er onder ons nog eenige andere geslachtsnamen bestaan, die van plaatsnamen verlatynscht zijn. B. v. Acronius, Neomagus, Roldanus, van de plaatsnamen Akkrum, een dorp in Friesland, van de stad Nymegen, en van Rolde, een dorp in Drente.10 Zekere Ruurd, van Akkrum geboortig, een herformd predikant in de 16de eeu, verlatynschte zynen naam in Ruardus Acronius.11 Hy was de stamvader van het nog bestaande friesche geslacht van dien naam.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings