← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 7 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

De geslachtsnamen die niet van vreemde, maar van nederlandsche plaatsnamen, op deze wyze geformd zijn, behooren geenszins tot de meest voorkomenden. Immers worden in Nederland de namen van inlandsche plaatsen veel meer tot geslachtsnamen gemaakt door voorvoeging van het woordje van. Behalven Zwolsman en Leyenaar, hier boven reeds genoemd, zijn my nog bekend: Bruggeling (een ingezetene van de vlaamsche hoofdstad Brugge), Oostburger (van het stedeke Oostburg in Zeeusch-Vlaanderen)7, enz. De geslachtsnamen Opzoomer, Opzomer en Opsomer behooren aan verschillende, nog al talryke geslachten, zoowel in Noord- als in Zuid-Nederland inheemsch. Met den geslachtsnaam Bergopzomer8 zijn zy afgeleid van den naam der brabantsche stede Bergen-op-Zoom. Mijn eigen naam Winkler behoort ook hier genoemd te worden, als zijnde, volgens maagschaps-overlevering, ontleend aan den naam van het dorp Winkel by Medemblik in West-Friesland. De naam Winkler, ook Winckler, Winkeler, Winklaar, Winkelaar en Wynkeleer, is vry algemeen; onder beide eerstgenoemde formen vooral ook in Duitschland. Dat komt omdat er ook zoo veel dorpen en gehuchten zijn die Winkel heeten. In Duitschland liggen er wel honderd. Ook in Vlaanderen vinden wy dezen dorpsnaam als Wynkel; van daar ook de vlaamsche form van dezen geslachtsnaam Wynkeleer, met De Winkelair, De Winckeleer, en zelfs half verfranscht als De Winquelair en misschien ook Vinqueleir.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings