Note 55 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.
Reading edition
Swaga, verhollandscht tot Zwaga, komt ook in versletene formen als Swage en Zwage voor. Deze geslachtsnaam is afgeleid van het friesche woord sweach, dat veeweide beteekent55, en veelvuldig in friesche plaatsnamen voorkomt, en wel in den verhollandschten form zwaag. Een dorp by Hoorn in West-Friesland heet enkel Zwaag. Ook vindt men daar een gehucht Zwaagdijk. In Friesland tusschen Fli en Lauers liggen de dorpen en gehuchten Beetsterzwaag, Snikzwaag, Kollumer-Zwaag, enz. In het Oldambt: Scheemderzwaag en Eeksterzwaag; in Oost-Friesland, by het dorp Veenhusen, het gehucht Swoog (volgens de oostfriesche zware uitspraak der volkomene a byna als o) of Schwoog, nog meer verhoogduitscht. En vele andere plaatsnamen in alle friesche en ook friso-saksische gouen van Nederland en Duitschland. In geslachtsnamen komt dit woord eveneens veelvuldig voor; b. v. in Zwaagstra, Swaagstra en Van der Zwaag, in Friesland; Ter Zweege in Drente; Zwaagman en Zweegman. Zoo mede in het westfaalsche Schweigmann, dat ook in Nederland ingeburgerd is.