← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 54 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

De oude friesche en friso-saksische formen tho, thoe, to, toe komen ook met het lidwoord samengetrokken als thor en thom, tor en tom voor. Zulke namen zijn zoo wel aan deze als aan gene zyde van onze oostelike grensen oorspronkelik inheemsch. Men behoeft ze, wegens hun eenigermate platduitsch voorkomen, toch volstrekt niet allen over de grensen te wyzen, al zijn zy juist niet oorbeeldig hollandsch, en al staat het van sommigen, b. v. van den geslachtsnaam Thorbecke vast, dat zy over de grensen tot ons gekomen zijn. Slechts in kleinen getale komen deze namen by ons voor. My zijn bekend: Tombal (to’m Bal), Tombeyl, Tombergh, Tombrink, Tombrock, Thomputte en Tomputte. Tongronde is To’n Gronde, to den gronde, aan, by of in den grond of het dal, en is de weêrga van de friesche geslachtsnamen Grondstra en Grunstra (zie § 103.) Thorbecke is tho’r Becke, to’r Becke, to der Becke, to der Beke, by de beek of ter Beke. Deze naam is dus een tegenhanger aan den eenen kant van het hoogduitsche Zumbach, aan den anderen van den hollandschen geslachtsnaam By de Beek, met den frieschen Beekstra.54 Verder nog: Tor Weele (Torweele) nevens Ter Weele (weele == wiele, wiel? zie bl. 251), en Thor Westen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings