← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 48 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

Aldus geven deze oude oorkonden ons eenen sleutel in de hand ter verklaring van sommige geslachtsnamen, in Nederland voorkomende, en die my tot dus verre duister waren en onverklaarbaar. En wis velen met my, voor zoo verre zy geene Limburgers zijn. Deze geslachtsnamen zijn: Aengeveld, Angemeer, Aangevoort (aang (d)e Voorde), Aangevaren (de beteekenis van dezen naam, te Stramprode in Limburg inheemsch, is my niet duidelik), Angenent (ang(d)en Ent)48, enz. Ingenbroich is: in den broich; en broich is de form die tusschen Rijn en Maas geldt voor broek, brook, bruch, moeras,—zie bl. 249. Behalven in de geslachtsnamen Mecklenbroick en Hucklenbroick komt dit zelfde woord ook voor in menigen plaatsnaam in die streken: Grevenbroich, Hackenbroich, Kleinenbroich. Zoo ligt er in den geslachtsnaam Ingenbroich tweemaal het bewijs opgesloten dat hy tusschen Rijn en Maas t’huis behoort. Ingenhousz is: in den huize; housz of hous (huis) is eene byzonder-limburgsche spelling en uitspraak, even als coul voor kuil—zie bl. 254 en 256). Door hollandschen infloed komt deze naam ook voor als Ingenhoes gespeld. Ingenluyff is: in den luif of luifel, zoo als oudtijds aan de gevels der huizen aangebracht was. De limburgsche form luif, in plaats van den hollandschen form luifel, die eigenlik een verkleinform is, is ook eigen aan de friesche taal. Luif is zonder twyfel ook een oudere en betere form van dit woord dan luifel; hy stemt volkomen overeen met het vlaamsche love, het hoogduitsche Laube49. In den maagschapsnaam Opgenhaaffe, op den haaffe, op den hafe, op den have, op den hove, treffen wy nog den ouden form opgen aan, in bovengenoemde oorkonden aanwezig.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings