← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 41 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

De eenvoudigste geslachtsnamen van deze afdeeling zijn die, welke slechts uit een enkel algemeen aardrijkskundig woord, zonder eenig byvoechsel, bestaan; b. v. Akker en Acker, Baan, Beek.41 Daarop volgen de algemeene aardrijkskundige namen met een lidwoord er voor. Dat zijn b. v. De Baan, De Bergh, De Brinke,42 enz. Winkel, in den naam De Winkel, meen ik hier in de beteekenis van hoek te moeten duiden, zie ook bl. 204. Sas, in den naam ’T Sas (het sas), is het vlaamsche en zeeusche woord voor het algemeen-nederlandsche woord sluis; in de plaatsnamen Sas-van-Gent, Sas-van-Goes, Stryensas komt het eveneens voor. Geest, in De Geest en De Gheest, beteekent een hooge zandgrond, en is in onze noordelike gewesten, even als in noordwestelik Duitschland, ook in den form gast nog in volle gebruik. In de geslachtsnamen Van der Geest en Ter Gast komt dit woord nog voor, even als in Dorregeest, Suydgeest, Brondgeest, Geestman, enz. Ook in de plaatsnamen Oegstgeest, Uitgeest, Groote- en Lutje-Gast, Addinga-Gast, enz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings