Note 37 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.
Reading edition
Onder de nederlandsche geleerden van de 16de en 17de eeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18de eeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen met ab en a aan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: † Ab Andringa, † A Besten, † A Biler, † A Bolswert, en (men schreef die a gewoonlik klein) † à Laxten, † à Vullen, † à Mark, † ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte. Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorp Beesten, by Osnabrück,37 zal geboren zijn, schreef zich ook wel à Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. En Johannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), tot Johannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudig ab Holwert genoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus: ab Holwarda is Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.