← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 2 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.

Reading edition

De naam Oostinjer zal waarschijnlik wel eerst gedragen zijn door iemand die langen tijd in Oost-Indie gewoond had—niet door eenen Javaan, Maleier of anderen Oostindier. De namen De Jode, De Joode, De Jeude en De Jude moeten hier ter plaatse ook genoemd worden, benevens Turk, Turcq, De Turck, en Den Turck, en Moor, De Moor—met Mohr. Dat deze laatste namen eerst gevoerd zijn door lieden die werkelik Turken en Mooren waren, welke zich in de Nederlanden vestigden, schijnt my niet aannemelik, ofschoon het niet onmogelik is. Maar liever wil ik aannemen dat deze namen aan uithangborden of huisnamen ontleend zijn. Huizen, die »de Turk” of »de Moor” heetten, of uithangborden, vooral by tabakshandelaars, waar »de rookende Turk” of »de rookende Moor” op stonden afgebeeld, waren er oudtijds in alle nederlandsche steden. En zy zijn er nog wel. Of de namen Moorman en Mohrmann hier ook behooren, betwyfel ik. Wel noemde men oudtijds eenen Moor ook wel een Moorman (de Statenvertaling des bybels levert daarvan een voorbeeld op.)2 Toch komt het my waarschijnliker voor dat Moorman eenvoudig moerman of veenman beteekent, iemand in de moeren, moerassen of venen wonende, of van daar afkomstig. Zulke moeren noemt men langs onze oostelike grenzen mooren; men herinnere zich ook de oostfriesche dorpsnamen Stapelmoor, Breinermoor, Neermoor, enz., en Moormerland, eene veenryke gou in dat gewest. De namen Moerman en Veenman komen ook als nederlandsche geslachtsnamen voor.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings