Note 18 — II. Geslachtsnamen, van aardrijkskundigen oorsprong.
Reading edition
§ 74. Wat nu de geslachtsnamen betreft, die oorspronkelik de namen zijn van nederlandsche steden en dorpen, vlekken en gehuchten,—dezen zijn, uit den aard der zake, zóó talrijk, dat er geen denken aan is, hier ook slechts een honderdste gedeelte van al die namen op te noemen. Slechts eenige weinigen, opzettelik uit alle verschillende nederlandsche gewesten genomen, kunnen hier vermeld worden: Dokkum, Dronrijp, Hinlopen.18 Dit zijn allen namen van welbekende plaatsen. Maar ook vele maagschapsnamen zijn ontleend aan de namen van kleine gehuchten, die weinig bekend zijn buiten hunnen naasten omtrek. De verklaring van die namen ligt dus niet zóó voor de hand. Zulke maagschapsnamen zijn: Bakhuizen (een zeer klein dorpke, eigenlik slechts een gehucht, in Gaasterland, Friesland), Reen (gehucht by Lutke-Wierum, Friesland), Tjallewal (gehucht by Schagen, West-Friesland), Knossens en Cnossens (gehucht, of eigenlik slechts eene enkele sate in de zoogenoemde Sneeker-Vijfga, Friesland), Bobeldijk (gehucht by Berkhout, Noord-Holland), Delfgaauw en Delfgou (gehucht by de stad Delft), Harscamp (een landgoed by ’t geldersche dorp Ede), Onsenoort (gehucht by Heusden in Noord-Brabant), enz. Wie zoude ook niet in de maagschapsnamen Stroobos en Valom veel eerder iets anders zoeken dan juist plaatsnamen? En toch zijn zy oorspronkelik wel degelik de namen van de gehuchten Stroobos in Achtkarspelen, en Valom in Dantumadeel, beiden in Friesland. Zelfs aan de namen van enkele huizen, buitenverblijven, bekende herbergen, enz. zijn maagschapsnamen ontleend; b. v. Slangenburg, landgoed by Deutinchem in Gelderland, Spannenburg, naam van eene herberg naby de stad Sloten in Friesland, aan den Lemster-straatweg; Luchtenveld, eveneens de naam van eene herberg in Friesland, by het vlek de Joure; Spaarenberg, de naam van eene buitenplaats by Haarlem; Rustenburg, de naam van vele onderscheidene buitenplaatsen en herbergen, overal in de Nederlanden verspreid, enz. De geslachtsnamen Hoogerbeets en Hogerbeets, die geenszins zeldzaam zijn, en aan verschillende, onderling niet verwante geslachten behooren, dienen hier ook vermeld te worden. De bekende Rombout Hoogerbeets voerde dezen zynen toenaam naar eene hofstede van dien naam in of by het dorp Beets in West-Friesland by Hoorn gelegen, welke hofstede, naar alle waarschijnlikheid, op eene eenigszins verhevene plaats zich bevond. Zijn bloedverwant, de minder bekende dichter Johan Beets, ontleende weer zynen toenaam aan dien van het dorp zelven, waar de hofstede gelegen was, die denkelik van ouds eigen was aan de maagschap, waar Rombout en Johan deel van uitmaakten.19 Nog heden, ’t is genoeg bekend, komt de maagschapsnaam Beets in Holland voor. En ook in Friesland, waar hy wel aan den naam van het friesche dorp Beets, in Opsterland, zal ontleend zijn. De geslachtsnaam Gonggrijp is eigenlik de naam van het dorpke Goingaryp, in Doniawarstal (Friesland), in verbasterden form. Maar Deutekom, als maagschapsnaam voorkomende, kan naueliks als een verbasterde form van den plaatsnaam Deutinchem (stadje in Gelderland) beschoud worden, naardien »Deutekom” werkelik de algemeen gebruikelike uitspraak van dezen naam voorstelt. De geslachtsnaam Nierop (even als Van Nierop), ook nog meer samengetrokken als Nierp voorkomende, is eigenlik de naam van het noord-hollandsche dorp Niedorp, in de volksspreektaal »Nierop” of zelfs »Nierp” genoemd, even als het volk in Holland ook »Rarop”, »Apkou” (Abcoude), »Berkou” en »Boref” zegt en gedeeltelik ook wel schrijft, in stede van de volle namen der dorpen Ransdorp, Abekenwoude, Berkwoude en Bodegraven. Den maagschapsnaam Tra (Traa komt ook voor, met Van Traa) ziet men zynen oorsprong van den plaatsnaam Ter-Aa ook niet op het eerste gezicht aan. Ter-Aa of Nieuwer-ter-Aa voluit, is een dorpke in het gewest van Utrecht. De maagschap, die dezen naam draagt, voert tevens den geslachtsnaam Kranen (»Tra Kranen”). Voegt men deze twee namen samen, gelijk veelal by misverstand gebeurt, als Trakranen, dan schijnt de beteekenis nog duisterder.20 De naam van het dorp Stolwijk, by Gouda gelegen, wordt in de wandeling tot »Stolk” samengetrokken, en komt ook in dien versletenen form—Stolk—als geslachtsnaam voor. De geslachtsnamen Grol en Groll zijn eveneens samentrekkingen, volgens het alledaagsche spraakgebruik, van den naam dien het geldersche stedeke Groenloo in den volksmond draagt. Oldenzeel, als maagschapsnaam voorkomende, vertoont de dageliksche volksuitspraak van Oldenzaal, het stadje in Twente. De geslachtsnaam Bellingwout moet beschoud worden als eene omzetting in byzonder-hollandsch van den naam des dorps Bellingawolde in Groningerland. Maar de maagschapsnamen Wildervank en Wildervanck zijn niet ontleend aan den naam van het vlek Wildervank in Groningerland. Het omgekeerde is waar! Immers hier is het de plaatsnaam die aan den geslachtsnaam ontleend is. Het vlek draagt zynen naam naar dien van den stichter dier plaats, in de eerste helft der zeventiende eeu, naar Adriaan Geerts Wildervanck of Wildvang, een toenaam, die te kennen geeft »iemand die wild vangt”; die dus, met »Wildschut”, jager beteekent.