Note 9 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika.
Reading edition
Ofschoon deze inknamen nergens in de Nederlanden zoo talrijk en algemeen voorkomen als in Twente en de graafschap Zutfen, zoo zijn ze toch niet uitsluitend tot deze gouen bepaald. Behalve in Westfalen, vooral in ’t eigenlike Munsterland bewesten de stad Munster, waar zulke namen onder den erfgezetenen boerestand naueliks minder talrijk voorkomen als in onze saksische streken, treft men deze patronymika ook wel in andere nederlandsche gouen aan, waar ze ook oorspronkelik inheemsch zijn. Dit is vooral het geval in eenige streken van de zuidelike Nederlanden, van Brabant en Vlaanderen. Daar wordt deze uitgang ink gewoonlik inck geschreven, op oud-nederlandsche wyze. Zie hier eenigen van deze geslachtsnamen, zoo wel uit Noord- als uit Zuid-Nederland, en beide schrijfwyzen vertoonende: Arink, Beernink, Bennink.9 Al deze patronymikale geslachtsnamen, op twee na, zijn van oud-nederlandsche mansvóórnamen afgeleid. By sommigen er van kan men deze mansnamen gemakkelik herkennen. B. v. by Dirckinck, van Dirck, Diederik.—Beernink is eene samentrekking van Bernharding, uit den mansvóórnaam Bernhart, Bernard; deze naam wordt nog heden onder de saksische bevolking van ons land als Berend, Beern uitgesproken.—Lamrinck (met Lamring en Lammerding) is oorspronkelik Lammerdink, Lambrechting, Landbrechting, van Landbercht, Lambrecht, Lambert, Lammert, een bekende mansvóórnaam.—Reymerink is versleten van Reinmering, van den mansvóórnaam Reimer, Reinmer, Reimar, Reginmar, Raginmar.—Siegerink komt van den mansvóórnaam Sieger, Siegher, Sîgher, Zeger, dat is gezeid Victor, de overwinnaar.—Volmerinck van Folmer, Fulmar.—Wolberink van Wolbert, Wolbrecht, Wolfbercht.—Benne, Bonte, Haite, Sikke (Sicco), Teie (Teye), waar de patronymika Benninck, Bennink, Bontinck, Haitinck, Sikkink en Teyinck van afgeleid zijn, worden, als mansvóórnamen, in Friesland nog veelvuldig gedragen. Tenckinck komt van Tenke, Tenco, Tinco, en dit is weêr een verkleinform van Tenno, welke mansvóórnaam, volgens Förstemann’s naamboek in de achtste eeu voorkomt, en oorspronkelik slechts een byform is van Tanno. Van dit Tanno is weêr de friesche geslachtsnaam Tanninga afgeleid, die meest in versletenen form als Tania, Tanja, Tanje, en zelfs verfranscht als Tanjé voorkomt. Even als Tenckinck, zoo zijn ook de geslachtsnamen Evekink, Duyckinck, Ikink, Onnekink en Tilekink niet van mansnamen in hunnen oorspronkeliken form afgeleid, maar van verkleinformen (diminutiven). En wel van Eveke, Duike, Ike, Onneke en Tileke, in deze formen, en ook in de oorspronkelike formen Onno, Ide, Tijl, enz. bekende, meest friesche mansvóórnamen.