Note 35 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika.
Reading edition
Dat het woord zoon in vorige eeuen niet aldus, maar als zone, zoone, sone, soone, soen, soon gespeld werd, is bekend. Van daar dat eenige hedendaagsche geslachtsnamen nog die oude formen en spelwyzen vertoonen. En die namen bewyzen daar door dat zy van oude, gedeeltelik zeer oude dagteekening zijn, terwijl de twee of drie bovengenoemden op zoon uitgaande, juist door dien nieuen form aantoonen, dat hun oorsprong in het laatst der voorgaande of in het begin dezer eeu te vinden is. Zie hier eenigen van die hedendaagsche maagschapsnamen, welke het woord zoon nog in zulke oude spellingen vertoonen: Baertsoen, van den mansvóórnaam Baart, Barend, Bernard, Bernhart;—Bettesone (over den mansnaam Bette zie men § 59); Boecksoone en Boucksoone. De mansvóórnaam Boek, Boeke, die aan laatstgenoemden geslachtsnaam ten grondslag ligt, is waarschijnlik de oud-germaansche, in Förstemann’s Namenbuch vermelde naam Bucco, die als Bokke (waar van de geslachtsnamen Bokkes, Bokkema, Bokma, Bockma, Boksma) nog heden by de Friesen in volle gebruik is. In den form Boek, Boeke vinden wy dezen mansnaam terug in de geslachtsnamen Boeckx in Vlaanderen, Boekema, † Boekma en Boeken in Friesland, allen ook patronymikale formen. Bucing en Bocing kwamen reeds als echte patronymika by de Angel-Saksen35 voor. Dat de geslachtsnamen Beukinga, Beukema en Beuckens ook van dezen zelfden mansvóórnaam afgeleid zijn, komt my zeer waarschijnlik voor.