← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 30 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika.

Reading edition

Van de vele oud-friesche patronymika op ia eindigende, zijn de volgenden nog als hedendaagsche geslachtsnamen in leven. De oorspronkelike, volle formen der patronymika, die ook grootendeels, zoo niet allen, eveneens nog als friesche geslachtsnamen bestaan, zijn er by gevoegd tot vergelyking: Bothnia (Bottinga); Brunia en Bruinje (Bruininga); Burmania, Van Burmania en Burmanje (Burmanninga)30 enz. Al deze patronymika zijn ook weêr van oud-germaansche mansvóórnamen ontleend, waarvan eenigen nog heden by de Friesen als zoodanig in gebruik zijn; b. v. Botho of Botte, Bruno of Bruin, Dodo of Doede, Sine, enz. Over Groenia, Groeninga, afgeleid van Gruno, zie men bl. 29. Over Tania, Tanninga, van Tanno, bl. 39. Over Venia en Veenje, Feninga, van Fene, bl. 57 en 61. En over Hania, Hanje, Haninga, bl. 65.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings