Note 20 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika.
Reading edition
Eenige friesche geslachtsnamen op inga uitgaande, stammen van mansvóórnamen af, die geenszins zoo gemakkelik zijn aan te wyzen als by de bovenvermelde namen het geval is. De mansnamen waar de volgende vadersnamen van zijn afgeleid, komen of slechts in zeer versletenen form voor, of ze zijn by de Friesen in het geheel niet meer in gebruik. Zulke geslachtsnamen zijn b. v. Eckringa, Folkeringa en Folkringa, Kleveringa en Cleveringa20. Eckringa is voluit Eckhardinga, en afgeleid van den mansnaam Ekhart, Ekkehart, Eckart, die in Duitschland nog wel in gebruik is.—Folkringa is oorspronkelik Fulkhardinga, van Fulkhart, Folkert.—Kleveringa en Cleveringa is saamgetrokken en versleten van Klefhardinga, het friesche patronymikon van den oud-germaanschen mansnaam Klefhart, Cleffehart, die weêr eene samenstelling is van den nog ouderen enkelvoudigen naam Cleffo, Claffo en van den naamstam Hart. Even als Fulkhart (Folkert) van Fulco (Folke) en Hart; Ekhart (Ekkert) van Ekke, Ecco en Hart; Rikhart (Richard, Rykaert) van Rico of Rijk en Hart. Hoe oud die naam Cleffo of Claffo reeds is, kan men in Förstemann’s Namenbuch opzoeken. Hy was reeds by de Longobarden in gebruik. Immers Claffo, zoo heette de zesde, en Cleph (’t welk de zelfde naam is in eene andere spelling), de elfde koning van dat oud-germaansche volk. Ook de beteekenis van dezen naam leert Förstemann te zoeken in het oud-hoogduitsche woord klaphôn, in het oud-noordsche woord klappa, waar het begrip van slaan, stooten in ligt opgesloten, en waar ook het woord anaklaf, dat aanval beteekent, van afgeleid is. Die oude woorden hebben dus eene krijgshaftige beduidenis. Maar ook het hedendaagsche woord kleven, ofschoon nu slechts in eene zeer gewyzigde beteekenis in gebruik, zal er wel oorspronkelik mede samen hangen. Van den mansnaam Klefhart, Klevert zijn niet enkel de twee bovengenoemde byzonder-friesche patronymika ontleend, maar ook de vadersnamen in algemeenen form Klevering en Clevering, benevens het nog meer samengetrokkene Cleringa en Klering, alle vier nog hedendaagsche geslachtsnamen. Opmerkelik is het dat al deze zes zoo na verwante geslachtsnamen in Groningerland inheemsch zijn. Zeer waarschijnlik stammen al deze nu verschillende geslachten van één en het zelfde oorspronkelike geslacht Klefhardinga af, en dus ook van één en den zelfden stamvader Klefhart, die dan de eerste grondvester was van de sate Cleveringa-heert te Uithuizen in Hunsego. Het schijnt dat een tak van dit oud-friesche geslacht, of misschien een enkele man er van, deelgenomen heeft aan den gemeenschappeliken uittocht van Angelen, Saksen en Friesen naar Groot-Brittanje. Wy vinden althans dit zelfde patronymikon, in den form Clavering, nog heden ten dage als de naam van een engelsch geslacht. Van Cleffo is de hedendaagsche geslachtsnaam (friesch patronymikon in nieueren form) Kleefsma ook afkomstig, en van den verkleinform Kleefke de geslachtsnaam Kleefkens. Deze zelfde mansnaam gaf ook oorsprong aan den plaatsnaam Kleffens (dat is waarschijnlik eene samentrekking van Kleffingen), zoo als een gehucht heet by ’t dorpke Raart in West-Dongeradeel by Dokkum. En weêr door middel van dien plaatsnaam aan den naam van het in Oostergo gezetene geslacht Van Kleffens, waar van de voorouders, omstreeks het midden der vorige eeu, als landeigenaars op de sate Kleffens woonden, en toen dien geslachtsnaam aannamen. Nog zijn my als plaatsnamen, aan den mansnaam Klefhart ontleend, bekend: Cleverns, een dorp in Jeverland (Oldenburger Friesland); Klieverink, eene havesate by Oldenzaal in Twente, en Kleverskerke, een dorp op ’t eiland Walcheren.