Note 11 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika.
Reading edition
Ten slotte nog een paar incknamen, bepaaldelik uit West-Vlaanderen: Cnapelinck ook Cnapelynck (en, in den tweeden naamval Cnapelincx, Cnapelinckx), Gebberlinck, Ghellinck en Ghellynck, Plettinck, Slabbinck en Vlietinck. Ghellinck is afgeleid van den mansvóórnaam Gelle, die nog heden in Friesland in gebruik is. Dit zelfde patronymikon komt ook nog voor in den samengestelden geslachtsnaam Gellinckhuysen, en in vele plaatsnamen; b. v. in Gellekom of Gellicum (Gellink-heim), een dorp in de Tielerweerd, Gelderland. De geslachtsnamen Terlinck en Teirlinck zijn mogelik slechts het woord teerling (cubus, dobbelsteen), in oude spelling. By de namen Cnapelinck, Plettinck en Vlietinck is de oorspronkelike mansnaam niet zoo gemakkelik aan te toonen. Toch zijn het echte patronymika, en al vermelden de gewone lijsten van nederlandsche en friesche personennamen, van Wassenbergh, Leendertz en Brons geene mansnamen Knapele, Plet of Vliet,—als men maar genoeg zoekt, vindt men die namen ook wel, en kan ze aantoonen. In den jare 1800 woonde er een man te Stramprode in Limburg, die den voornaam Vliet droeg; hy heette Vliet Kluizenaar11. Förstemann vermeldt eenen oud-germaanschen mansnaam Flidulf; en in dezen samengestelden naam is de enkelvoudige naamstam Flid, Vliet, waarvan het patronymikon Vlietinck, begrepen.