← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 84 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 3)

Reading edition

Zie hier eenigen van deze oude namen, die nu als maagschapsnamen dienst doen, en waarvan er velen bepaaldelik in onze friesche en vlaamsche gouen inheemsch zijn: Alewijn (Adelwyn, Adelwin, Athalwin == edele vriend). Allewaert (Alwart, Athalwart, waar van, in versletenen form, ook de geslachtsnamen Alverdink en † Alvaarsma afkomstig zijn). Beerewoud (Berwalt, Barwold, Barwout, waarvan ook de plaatsnaam Barwoutswaarder, eene gemeente in Zuid-Holland, is afgeleid). Blomhert en Blommaert (zie bl. 93 en 94). Burghardt en Borchart, ook, by letterkeer, Brochard, een volle, oud-germaansche mansnaam, waarvan ook de maagschapsnamen Borgrink, Burgerding, Burgers, Borcherts afstammen. Ditmar; van dezen mansnaam zijn ook nog afgeleid de geslachtsnamen Detmering, Detmers en Dethmers, met Van Ditmar (zie bl. 130 en 148). Eerebout (Erbalt). Einhout (Eginhold of Aginald). Elewaut en Ellewaut, en in samengetrokkenen form Elout (met den plaatsnaam Ellewoutsdijk, dien de Zeeuen als »Ellou’sdike” uitspreken, een dorp op Zuid-Beveland). Gheerbrant, Gillebaert en Gillebert. Ghiselin (Gyselyn, een verkleinform van Gise, Gijs, Gisil; zie bl. 145; van dezen verkorten naam komen ook de patronymikale maagschapsnamen Giezing, Gyssen en Giezen). Gisolf. Haanraadt (dat is oorspronkelik Hagenrad). Harrewijn en Herrewijn (oorspronkelik Herwin, Hariwin). Herrebaut, Heerbout en Herreboudt (Haribald). Herrebrandt. Hillegeer (Hildger, Hildigar); ook verloopen tot den mansvóórnaam Hilger, die weêr oorsprong gaf aan de patronymikale geslachtsnamen Hilgerink en Hillegers. Hillewaert (Hildiward, Hildoard), ook verloopen tot den mansvóórnaam Hilwert, waar de patronymikale maagschapsnamen Hilwerda en Hilverda, Hilwerts en Hilwers, Hilverding, Hilverdink en Hilverink van afgeleid zijn, met de plaatsnamen Hilversum (Hilwarthisheim, Hilwart’s woonplaats), een vlek in het Gooiland; Hilwartshausen, dorp by Einbeck in Hanover, enz.—Hollebrand (oorspronkelik Huldbrant; een Hulbrand Sicka zen, dat is: Holbrand, de zoon van Sicko, of Sikkes zoon, wordt vermeld in eene oorkonde van 1465.84 Isenbaert en Ysebaert (Isanbercht, later in Holland en Friesland ook Ysbrecht, waar van de plaatsnaam Ysbrechtum, dat is: Ysbrechta-heim, dorp by Sneek in Friesland). Merwart. Oortwijn (Ortwin is wel bekend uit de Gudrun-sage). Meilof (oorspronkelik en voluit Meginolf, Maginvulf, Meinwolf, Meinolf, by letterkeer Meinlof en eindelik Meilof). Door misverstand, wijl men dacht dat voor dit of eene h was verloren gegaan, heeft men dezen versletenen form Meilof weêr veranderd in Meilhof, ’t welk ook als maagschapsnaam voorkomt. Oswold en Osewoudt (Oswald, Ansowald). Rooryck (oorspronkelik Roderyk, Rodrik, Hrodrik, als Roderich in Duitschland, als Rodrigo in Spanje (uit den Gothen-tijd?) nog voorkomende). Ryckewaert (Ricwart), komt ook voor in de geslachsnamen † Rickwardsma en Riquards. Snellebrand. Thiebaut en Thiebout (Thiudabald, Theudobald, Theobald, Dietbout, Dibbold, Dubbeld, zie bl. 51 en 145). Volbout (Folcbald), in Friesland Folcbald, Folbad, waar van de geslachtsnamen Volbeding (Folcbalding) en Volbeda (Folcbalda). Vrambout en Vroombout (Frombald, Frumold).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings