Note 70 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 3)
Reading edition
Ten einde geen nederlandsche geslachten misschien te krenken, worde hier als voorbeeld slechts de duitsch-friesche geslachtsnaam Von Ompteda vermeld. De naam waarvan dit patronymikon is afgeleid, is, in zynen oudsten, oorspronkeliksten form Ummo, Omme, en in dien form, ook verkleind als Omke, en als Umo, Ome, Oomke, nog in Friesland in gebruik. Van daar de geslachtsnamen Ommenga, Omenga, Oomkens, Omen, Ooms, Oomsz, Ummen en Umken. Vele friesche mansvóórnamen worden in Friesland door willekeurige achtervoeging eener t verformd; van Haio maakt men Haite, van Ubo, Oebe maakt men Oebt, Oept, Upt, en zoo ook van Ummo, Omme is Umt, Omt geworden. Men ging zelfs verder, en hing er nog eene t achter; zoo kwam van Haite de form Haitet; van Oept, Upt maakte men Uptet, van Umt, Omt werd Umtet, Omtet. Nu neemt in den mond der Nederlanders de m geerne eene p of b achter zich; Middenleek werd Medemlik en Medemblik; Emuden werd Emden, Embden. Zoo ook werd Umtet en Omtet tot Umptet en Omptet. Deze naam door achtervoeging der oud-friesche a in den tweeden naamval geplaatst, geeft het patronymikon Ompteda (niet Ompteta; zoo komt van Albert en Hilwert, ofschoon deze namen beiden op t eindigen, Alberda en Alberdingk, Hilverdink, enz. met eene d). Dit oud-friesche geslacht Ompteda, oorspronkelik gezeten op ’t Zand in Fivelgo, waar de Ompteda-burcht is, is zeer verspreid in de friesche gouen aan beide oevers der Eems. De afstammelingen er van schryven hunnen naam op verschillende wyzen, als Ompteda, Von Ompteda, Umpteda, Omta, Umta, en formen dien ten gevolge nu vijf verschillende maagschappen. Een soortgelyke naam is de geslachtsnaam Impteda, die tegenwoordig, door letterkeer, in den verbasterden form Impeta voorkomt, en een patronymikon is van den mansnaam Imptet, Imtet, Imte, Imt, Immo.