Note 43 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
Onder deze groep van geslachtsnamen komen er ook velen voor, die aan schoone, volle oud-germaansche mansnamen ontleend zijn. Mansvóórnamen die thans in Nederland weinig of niet meer in gebruik zijn, tenzy dan in onze noordelike en noord-oostelike gewesten, onder de friesche en saksische bevolking dier gouen, maar die in de middeleeuen algemeen eigendom waren van alle germaansche volken. Deze patronymika moeten reeds vroeg, vóór 1600, tot vaste toenamen zijn geworden, en bleven later ook als vaste geslachtsnamen in gebruik, terwijl de oorspronkelike namen, waar zy van afstammen, by het nederlandsche volk als mansvóórnamen uitstierven. Zy getuigen nu nog van oude tyden, toen het germaansche taal-bewustzijn by ons volk nog levendig was. Zulke namen zijn: Arkenbouts, Bloemarts, Ganglofs.43 De mansnaam Arkenbout is nog als Archimbald in Engelland in gebruik. Bloemaart, Bloemhart, Bluomhart, een oude, schoone naam, al wordt hy in geen der my bekende lijsten van nederlandsche namen vermeld, is in Friesland althans nog niet geheel uitgestorven. Petrus Bloemerts (dat is Bloemerts-zoon) Prins, geboren te Dwingeloo, was van 1784–1828 predikant te Diever, in Drente. Van dezen zelfden naam stammen nog de geslachtsnamen Van Bloemersma (Bloemersma-sate is te Niekerk in het Wester-kwartier van Groningerland), en Blommerde, beiden patronymika; buitendien nog Blomhert, Blommaert, Bloemert, Blommert, Bloemer, en in Duitschland Blumhart. Bloemhart is een samengestelde naam, van Bloem en Hart, even als Evert, Everhart van Ever en Hart; Rykert, Richard, van Rijk en Hart, enz. De enkele wortel van dezen naam Bloem was oudtijds ook als mansnaam in gebruik. Dit getuigen de hedendaagsche geslachtsnamen Bloeming, Bloemink in Twente, Blumink in Duitschland, Bloomington in Engelland, allen oude vadersnamen. Buitendien nog Bloema, Bloemsma, Blomsma, Bloems en Bloemen, Blommen, Blomme, allen nieue patronymika. Misschien ook het enkelvoudige Bloem, met Blom. Ik vermeld al deze geslachtsnamen hier zoo opzettelik, omdat Wassenbergh, Leendertz en Brons de mansnamen Bloem en Bloemhart niet in hunne lijsten opgenomen hebben, en Förstemann slechts den stamnaam (Blom) vermeldt. Toch blijkt uit al deze geslachtsnamen dat deze mansvóórnamen hier oudtijds niet zoo zeldzaam kunnen geweest zijn.