Note 41 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
Eenige geslachtsnamen zijn my nog bekend, die, door verkeerde schrijfwyze, slechts eene enkele z achter den oorspronkeliken mansvóórnaam vertoonen, en waar van de s, het kenmerk van den tweeden naamval verloren gegaan is. Dat zijn Arentz, Baartz, Baerentz, Clootz,41 van de mansvóórnamen Arend, Barend en Leendert, die welbekend, en Baart, Kloot, Feite, Loot en Reit, die minder bekend zijn. Baart, Baert, ook Beert, is eene verbastering van Barend, Bernart; zie bl. 81. De mansnaam Kloot is my, als zoodanig, nooit in Nederland voorgekomen. Dat hy echter moet bestaan hebben, getuigen, nevens Clootz, nog de geslachtsnamen Cloots, Kloots, Klootsema, ook Clootens, Cloetens en Cluytens; misschien ook, in versletenen form, Kloos en Klosma, allen nieue patronymika. Eveneens de oude vadersnamen Clotinck en Cloetingh, en den naam van het dorp Kloetinge, by ter Goes in Zeeland. Kan deze mansnaam Kloot samenhangen met den oud-germaanschen naam, in frankischen form, Chlodio? De nederlandsche form die aan dezen ouden naam beantwoordt, is anders Lode, Lude, Luite. Deze naam Lode, Lote geeft de verklaring van den geslachtsnaam Lootz, met Loots—dit kan ook een beroepsnaam ijn, loods—, Looten, Loten, Lotinga en Lootsma.—Feite en Reit, van Feitz, Feits, Feytama, Feitema, Feites, en van Reitz, Reitinga, Reidinga, Reiding, Reidsma en Reits, zijn nog in volle gebruik als friesche mansvóórnamen.