Note 40 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
Een groot gedeelte van de geslachtsnamen op sz uitgaande, zijn niet van algemeen-nederlandsche, maar van byzonder-friesche mansvóórnamen geformd. Zy komen dan ook meest in Friesland voor. Zie hier eenigen daarvan: Agesz, Edesz, Gelfsz.40—Age, Ede (Edo), Gelf of Gerlif, Halbe, Ige (Ygo), Lolke (verkleinform van Lolle), Meine, Melle, Nanne, Oeble (Oebele (Ubolyn) verkleinform van Oebe, Ubo), Ome (komt vooral in Groningerland en Oost-Friesland in den verkleinform als Oomke, Omke, Umke, Umco voor—van daar de geslachtsnaam Oomkens), Poppe, Rinse, Ruurd, Rouke, Sebe (is vooral aan de Eems in gebruik—van daar de oorspronkelik oostfriesche geslachtsnamen, friesche patronymika, Seba, Seeba en te Amsterdam verhollandscht Zeeba), Sibble, Sibe of Sybo, Sikke of Sicco—dat zijn allen mansvóórnamen in onze friesche gewesten nog in volle gebruik.