← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 78 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)

Reading edition

De naam van den apostel Johannes, tevens die van Johannes den Dooper, is by de Christenen van alle landen en van alle tyden steeds zeer bemind geweest, en steeds in volle gebruik gehouden als mansdoopnaam. Hy was dit reeds in oude tyden—hy is dit nog heden. Johannes is een der meest en algemeenst verspreide namen. Vooral ook in Nederland. By de verschillende volken komt deze naam in verschillende formen voor, min of meer verbasterd van den oorspronkeliken form, al naar de taal des volks het zus of zoo eischte. Zoo hebben de Engelschen hun John, de Skandinaviers hun Jon en Jens, de Duitschers hun Johann en Hans, de Franschen hun Jean, de Spanjaarden hun Juan, d’ Italianen hun Giovanni, de Russen hun Ivan, Polen, Czechen en andere Slaven hun Jan, Janko; de Nederlanders eindelik hun Johannes, Joannes (vooral in de roomsch-katholyke gewesten), Joan (meer in vorige eeuen, vooral in de 17de), Johan, in den laatsten tijd veel in gebruik gekomen, ook door hoogduitschen infloed, Jan (overal in Nederland zeer algemeen), Hans (meest in Friesland en de andere noordoostelike Nederlanden), Janke, Jancko (als verkleinform in Friesland verouderd), Jentje (ook in Friesland, en in het geslacht Wybrandi weêr verlatynscht tot Gentius voorkomende), Jannes, Jannis, Jans, Hannes, Jennis, Jens, Jenniske, enz. enz.—om van de vrouelike formen Johanna, Janna, Jansje, Jenneke, enz. nog niet te gewagen. En van al deze formen aan eenen en den zelfden mansvóórnaam ontleend, zijn weêr allerlei patronymika, in allerlei formen en in allerlei spellingen afkomstig, die als geslachtsnamen in gebruik zijn. Zie hier een lijstje van die, welke my voorgekomen zijn, enkel in de Nederlanden: Johannesma—dit is de eenige onder al die geslachtsnamen, welke den mansnaam nog in den vollen, oorspronkeliken, onversletenen form heeft,—Johansson, Johansing, Johanninck.78 Enkelen van deze namen zijn my slechts zelden voorgekomen, en worden, voor zoo veel my bekend is, slechts door eene enkele maagschap gedragen. Maar anderen zijn geenszins zeldzaam, en velen (al de Jansen’s, met al de verscheidenheden in spelling) zijn zeer talrijk en zeer algemeen, in alle nederlandsche gewesten verspreid. En verre daar buiten, in westelik Duitschland, over die geheele landstreek tot Bremen en Hamburg, Osnabrück en Münster, Keulen en Aken, evenzeer. Langs den geheelen Beneden-Rijn, van Keulen tot onze grenzen, komen de Jansen’s, in allerlei afwykende spellingen, veelvuldig voor. In Oost-Friesland is Jansen een der algemeenste namen. En Strackerjan vermeld in zijn werk Die Jeverlandischen Personennamen, bl. 34, dat in Jeverland (de omstreken van de stad Gewarden of Jever in noord-westelik Oldenburg—eene oud-friesche gou) op de 23,000 inwoners er 1723 zijn die Jansen, Janssen of Janszen heeten! Die verhouding is nog veel grooter dan ergens in de Nederlanden voorkomt, en wel mede een bewijs hoe verre de nederduitsche form Jan van den mansnaam Johannes over geheel den noordwesteliken hoek van Germanie (de Nederlanden daarby begrepen) verspreid is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings