Note 76 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
Het gebruik om de mansvóórnamen, en dien ten gevolge de vadersnamen eveneens, te verlatynschen, was oudtijds vooral in Friesland byzonder in zwang. Van daar dat er nog heden in de Nederlanden, en in d’ eerste plaats in Friesland, nog al veel geslachtsnamen voorkomen, die latynsche tweede-naamvallen zijn van byzonder-friesche mansvóórnamen, of althans van zulke namen, gelijk Wybrand, Sybrand, Ysbrand, Wigbold, Wiard, Gerbrand, die oorspronkelik wel algemeen-germaansch eigendom zijn, maar die, elders buiten gebruik geraakt, in Friesland het burgerrecht behouden hebben. Zie hier eenigen van deze geslachtsnamen: Gerbrandy, Idsardi (van Idsard, Idsert), Ypey (van Ipe, Ype, verlatynscht tot Ipeus), Ysbrandi (van Ysbrand).76