Note 75 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
§ 56. De geslachtsnamen die bestaan uit den latynschen tweeden-naamvalsform van eenigen mansvóórnaam, vervallen, even als de grieksche in de vorige afdeeling genoemd, in twee groepen; naar mate de oorspronkelike mansnaam een algemeen-nederlandsche is (van welken oorsprong dan ook), of een byzonder-friesche. Tot de eerste groep behooren de geslachtsnamen Adriani, Alberti, Andreæ75, allen aan welbekende mansvóórnamen ontleend. Winold, Wynald, Wynout, de naam die aan den geslachtsnaam Winoldi ten grondslag ligt, moge tegenwoordig al weinig in gebruik zijn, het is niettemin een volle, oud-germaansche naam, die oudtijds in de Nederlanden geenszins zeldzaam was, en waarvan ook de geslachtsnamen Wynalda en Wynolds, met den plaatsnaam Winaldum (Winalda-heim, woonplaats van Winald, Wynout), een dorp in Barradeel, Friesland, afkomstig zijn. Zoo stamt de geslachtsnaam Allebrandi ook van eenen oud-germaanschen mansvóórnaam af, te weten van Albrand, Adelbrant, een naam dien wy terugvinden in de geslachtsnamen Albranda en Albrands en in † Ailbrandesna (zie bl. 137), in Friesland voorkomende, en in de plaatsnamen Albrandeweer (verkeerdelik meestal Olbrandeweer geschreven), een gehucht by Birdaart in Friesland; Albrandswaard, in het Land van Putten, Zuid-Holland; en Albringsweer (voluit Albrandingsweer), ook Albrandswehr, een gehucht by Emden.