← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 72 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)

Reading edition

Zie hier eenige geslachtsnamen van deze groep: Serarents, (Serarens, Serraris).72 De mansnamen die aan het grootste deel dezer vadersnamen ten grondslag liggen, Arent, Bruno, Jacob, Lip (Philippus), Neel (Cornelis), Pieter, Rein (Regino, Ragin), Sander (Alexander), Simoen (oud-vlaamsche form van Simon), Staas (Eustatius), Steven, Vrank (beter Frank) (zie bl. 135) en Wouter zijn algemeen bekend. Serdobbels is, gelijk het eveneens voorkomende enkele Dobbels, van den mansvóórnaam Dobbel, Dubbel, Dubbeld, die een verbasterde form is van den vollen haam Dibbolt, Dietbold, Thiebout, Thiudbald; zie bl. 51. Seroyen, ook nog meer samengetrokken als Sroyen voorkomende, beteekent: zoon van heer Oye, dat is eene verfloeiing van Ode, Odo, Udo, een oud-germaansche mansnaam, die aan zeer vele geslachtsnamen en plaatsnamen ten grondslag ligt. De oorsprong der geslachtsnamen Sergeys, Sergeyssens en Sergeysels is waarschijnlik de mansvóórnaam Geys, Gijs, Gîs, Gisil. Die van den geslachtsnaam Serruis, welke naam ook als Serruys, Seruis en Serruus voorkomt, is nog minder zeker. Ruisch is wel een oud-nederlandsche mansvóórnaam, die in de 14de, 15de en 16de eeu te Amsterdam in gebruik was.73 Maar dat Serruis van dezen naam zoude ontleend zijn, betwyfel ik op grond dat juist de West-Vlamingen, by wie deze geslachtsnaam inheemsch is, de sch op ’t einde der woorden wel degelik en duidelik uitspreken, even als de Friesen ook doen. Ruisch kon in hunnen mond dus moeielik tot Ruis (Serruis) versleten zijn, al is dit in de hollandsche spreektaal een zeer gewoon geval. Ware de geslachtsnaam Serruisch, dan zoude ik op deze afleiding niets hebben aan te merken. Thans wil ik liever denken aan den oud-germaanschen mansvóórnaam Huso, Huis, die in den vlaamschen mond de h verloren heeft—Ser(h)uis. Over dezen naam Huso zie men bl. 29. Buitendien blijft de mogelikheid bestaan dat de naam Serruis in het geheel geen vadersnaam is, maar eenvoudig het woord seruis of loodwit. Dit woord, een bastert van het fransche woord céruse, werd in myne jeugd te Leeuwarden steeds gebruikt om de verfstof loodwit aan te duiden; en dit is nog heden in de zuidelike gewesten het geval. In dit geval kan Serruis als naam van eenen schilder of van eenen koopman in verfstoffen in gebruik zijn gekomen. Weiten, de mansnaam waar Serweytens van afgeleid is, komt nog heden wel in Vlaanderen voor, even als in den form Weite, Weit in Friesland. Het is een oud-germaansche vóórnaam, waarvan ook nog de geslachtsnamen Weytingh (zie bl. 32), Weitema, Weitsema (zie bl. 135), Weits en Weitz afgeleid zijn, met de plaatsnamen Weyteghem, een dorp in Oost-Vlaanderen en Weitingen, een dorp by Horb in Würtemberg.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings