← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 66 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)

Reading edition

§ 48. De sma-namen zijn zeer talrijk, en hooftsakelik in Friesland tusschen Fli en Lauers inheemsch. In Groningerland zijn zy betrekkelik zeldzaam, en in Oost-Friesland is dit nog meer het geval. In die landstreken worden zy door de sema-namen vervangen. De sma-namen zijn grootendeels echte vadersnamen; dit zijn de ware, de oudste, de oorspronkelike sma-namen. Anderen, allen in de vorige en in het begin van deze eeu ontstaan, zijn geformd door den uitgang sma te voegen achter de namen van ambten en bedryven, of achter allerlei andere woorden. Deze zullen in § 64 en ook nog hier en daar elders in dit werk worden behandeld. Van het groote getal oorbeeldige sma-namen wil ik hier slechts een klein getal vermelden. En dat is voldoende, omdat zy in den regel gemakkelik te verklaren zijn. Zie hier eenigen: Albertsma, Arendsma, Barendsma,66 enz. Van dezen namen zijn Albertsma, Arendsma, Barendsma, Brandsma, Engelsma, Meindertsma met de verwante formen Meinderdsma, Meindersma, Mindertsma en Mindersma, Pietersma met Petersma, enz. afgeleid van mansvóórnamen, van Albert, Arend, Barend, Brand, Engel, Folkert, Gerbert, Hendrik, Jan, Lammert, Meindert (Meinart, Meginhart), Pieter en Peter, Siger of Zeger, die algemeen in Nederland gangbaar zijn. Maar de byzonder-friesche mansvóórnamen Dure (zie bl. 46 en 47), Gelder, Hoite, Jorrit (zie bl. 116), Nammen, Riemer (Redmar), Sierd (Siard, Sîghart), Steen, Tjalle, Tjebbe, Tiemer (Thiadmar), Wiger en Wierd (Wiard, Wîghart) liggen ten grondslag aan Duursma, Geldersma, Hoitsma, enz. Nevens Arendsma komen ook nog de verwante, versletene of eenigszins gewyzigde formen Aartsma en Arensma (oudtijds ook † Aarnsma) voor; nevens Brandsma nog Brantsma en Bransma; verder Folkersma en Volkersma nevens Folkertsma; Lammersma nevens Lammertsma; Siersma en Wiersma nevens Sierdsma en Wierdsma (oudtijds ook † Syardsma en † Wyardsma); Wiegersma, Wygersma en Wiggersma nevens Wigersma, enz. (Dit alles wordt hier slechts vermeld om ook eene enkele maal in dit werk den rijkdom der friesche naamsformen aan te toonen.) De mansvóórnaam Gelder, waar Geldersma van afgeleid is, vindt men ook in den geslachtsnaam Geldra; over Sierd zie men bl. 115; en over Steen bl. 106. Tiemer, de mansvóórnaam die aan de geslachtsnamen Tiemersma en Tymersma ten grondslag ligt, is eene samentrekking van den vollen, oorspronkeliken form Thiadmar, een schoone oud-friesche naam. Van dezen zelfden naam stammen ook de geslachtsnamen † Tiadmersna, Tiedmers, en misschien ook Diemer en Diemers met Dethmers (van Dietmar, den nederduitschen form) af. En verder de plaatsnamen Tjamsweer (samengetrokken uit Tiadmerswere, zoo als het in middeleeusche oorkonden heet), een dorp in Fivelgo by Appingadam; Tiedmerswarfe, een gehucht by den dorpe Tettens in Wrangerland (Oldenburger-Friesland); Tjummarum, een dorp in Barradeel, Friesland, welke naam oudtijds als Tiedmarum (dat is, Tiedmare-heim, Thiadmara-heim, Thiadmars woonplaats) geschreven werd; Timertsma-state te Idaart, enz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings