← Table of contents
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Note 63 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)

Reading edition

De opmerkzame navorscher heeft by het doorsnuffelen van oude friesche oorkonden en chroniken overvloedig gelegenheid om den langzamen overgang van oud-friesche patronymika, als Bolesmona, tot de hedendaagsche friesche geslachtsnamen op sma eindigende, waar te nemen. Zoo vind ik b. v. in eene oorkonde van den jare 143263 den hedendaagschen geslachtsnaam Sjuksma als Siukisma geschreven. (Aangaande dit byzonder-friesche is in plaats van es, als tweede-naamvalsform achter mansvóórnamen, vergelyke men de hedendaagsche maagschapsnamen die op is uitgaan, en die in § 39 behandeld zijn). De man die in dat stuk Benka Siukisma genoemd wordt, komt in eene oorkonde van 143664 voor als Beenka Siukesma, en in eene andere van 144265 als Beenko Syuxma. Heden ten dage wordt deze naam, een patronymikon van den nog heden voorkomenden frieschen mansvóórnaam Siuk (Sjoek), als Sjuksma gespeld. Hier hebben wy nu drie verschillende formen van eenen en den zelfden naam in een klein bestek by elkanderen—duidelik het ontstaan van het achtervoechsel sma uit esma en isma aantoonende. Tevens als voorbeeld van de onnaukeurigheid en onstandvastigheid onzer voorouders wat het spellen hunner namen betreft. In mijn geschrift Een en ander over friesche eigennamen kan men nog meer dergelyke voorbeelden vinden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings