Note 54 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
By alle geslachtsnamen, patronymika op en, is de oorspronkelike mansvóórnaam niet zoo duidelik aan te toonen als by de bovengenoemden het geval is. Velen zijn van byzonder friesche mansvóórnamen afgeleid, en komen dies den niet-frieschen Nederlander vaak onverstaanbaar voor. Anderen zijn van oude, niet meer gebruikelike namen ontleend. Zie hier eenigen van zulke geslachtsnamen: Binken, Blanken en Blenken, Coelen54. De friesche mansvóórnamen Binke, verkleinform van Binne, Benno (zie bl. 28), Foppe (waarvan ook de geslachtsnamen Foppema, Fopma, Foppes, Foppens), Hedde (waarvan Heddinga, Heddema, Heddes, en Hedding in Engelland), Heere of Hero, Luit, (in verkleinform Luutzen) Makke, Okke of Occo, Poppe, Rense of Renso of Rinse, Sine (zie bl. 72), Temme of Tammo, Uneke of Unico, ook Oenke, Oentsen, alles verkleinformen van Uno, Oene; Warre en Wobbe, in verkleinform Wobke, Wopke, Wopco—die allen weêr aan zeer talryke geslachtsnamen oorsprong gaven, zijn de wortels van velen der genoemde patronymika. Blank, Blanco, waarvan Blanken en Blenken, even als Blanksma en Blanks, is een oud-germaansche, door Förstemann vermelde mansvóórnaam. De geslachtsnamen Coelen, Koelinga, Coelingh, Colinck en Koelinck, met Koolsma en Coolsma, Coolen en Coole, met Coles in Engelland (Coleshill heet eene stad in Warwickshire, Engelland; en Koolskamp is een dorp in West-Vlaanderen); met Kooltjes, van den verkleinform, misschien ook met Kool en Cool, wyzen duidelik op eenen mansvóórnaam Koele of Kole, al is my die naam nergens op zich zelven ontmoet. Hubben (de naam komt te Duinkerke voor) is een patronymikon van den oud-frieschen en ook oud-engelschen mansvóórnaam Hubbe, Hobbe, en bewijst al weêr de byzondere verwantschap van Vlamingen, Friesen en Engelschen. De vóórnaam Hobbe is in Friesland nog in volle gebruik, en gaf oorsprong aan de geslachtsnamen Hobbing, Hobbema, Hobma, Hobbes en Hobbie (zie bl. 70) alle in friesche gouen; Hobbes en Hobson komen ook in Engelland voor. Aan den geslachtsnaam Pollen, zoo mede aan Pollema en Polsma met Polsius in Friesland, Polling in Drente, aan Pols en Pollsen, waarschijnlik ook aan Pol (in Friesland), en aan de plaatsnamen Polleben, dorp by Eisleben in Saksen; Polling, dorp by Weilheim in Beieren; Pollhorn by Rendsburg in Holstein, moet een mansvóórnaam Pol of Polle ten grondslag liggen—al kan ik dien naam niet met bewyzen staven. Deze naam zal wel één zijn met de friesche mansnamen Pelle en Palle, waarvan Pelsma, Pels, Pellens en middellik Van Pellecom, met Palma, Palsma en Pals. Het patronymikon Snellen eindelik, is afgeleid van den oud-hollandschen mansnaam Snel, door Leendertz en Brons vermeld, en welke naam, volgens Förstemann, als Snello, ook aan andere germaansche volksstammen eigen was; zie bl. 47. De geslachtsnamen Snellens en Snellings, met Sneltjes—in den verkleinform—, misschien ook met het enkele Snel, en de plaatsnamen Snelleghem (Snellinga-heim), dorp in West-Vlaanderen, Schnellingen, dorp by Hasslach in Baden en Schnelsen, dorp by Pinneberg in Holstein, stammen allen ook af van Snello, dat is gezeid: de snelle, de vlugge.