Note 53 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
Zie hier eenigen van die geslachtsnamen op en, waar by de opmerking nog gemaakt moet worden, dat ze in alle nederlandsche gouen inheemsch zijn, maar meest by Friesen, Hollanders en Vlamingen: minder of slechts zeldzaam by Gelderschen en Brabanders. Alderden, Barten, Fransen53. Het grootste deel dezer namen is van bekende mansvóórnamen afgeleid, sommigen in oud-hollandsche afkortingen: Bart, Frans, Gijs, Huig, (Hugo), Joris en Goris (oud-nederlandsche formen van den kerkeliken mansnaam Georgius, George), Joost, Kerst (Kerstiaan, Christiaan), Luik (Lucas), Nolt (Arnold), Onno, Otto, Rijk, Thijs (Mattheus). Kees is de gewone nederlandsche verbastering (kosename) van den mansnaam Cornelis. De patronymika Keessen, Krelissen, Nelissen, Knelisse en Cornelissen stammen allen van dezen zelfden mansnaam af. Over den mansnaam Wyn, waarvan Wynen en Wijnne zie men bl. 97. Aan den geslachtsnaam Alderden ligt de volle oud-nederlandsche mansnaam Aldert, in Friesland meest Allert, ook Allart, voluit Adelhart, ten grondslag. De geslachtsnamen Aldringa en Van Aldringa, Aldrink, Alderding, Aaldrink, Alders, Alderts, Aldertsma, Allertsma en Allersma, Alers, Alerding, Alring, met Aldring en Aldrington in Engelland, zijn allen van dezen schoonen naam afgeleid. Zoo mede de plaatsnamen Aldrington in Sussex, Engelland; Aldringa-burcht te Bedum in Hunsego, Groningerland; Audrehem, dat is Alderda-heim, Adelharta-heim, woonplaats van Aldert, in Artesie, Frankrijk; Aldersbach by Vilshofen in Beieren; Allersma-heert te Godlinse in Fivelgo, Groningerland; en Alerdink, eene havesate by Heino in Salland, Overijssel.